Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Vachtverzorging van uw teckel

Door Jessica Frijling, gespecialiseerd in teckels en ruwharige vachten Dit artikel is tevens geplaatst in de Dashond

De vacht van een hond is de spiegel van zijn gezondheid. Is uw teckel gezond, dan toont dit zich in een mooie, glanzende vacht. Zit een hond niet lekker in zijn vel, dat toont zich vaak in een doffe vacht, niet zelden gepaard met huidschilfers.

De huid van de hond heeft een andere functie dan bij de mens. Bij ons speelt de huid bijvoorbeeld een belangrijke rol in het reguleren van de lichaamswarmte. Bij honden is dat niet zo. Transpireren doet een hond via zweetklieren tussen de voetzooltjes en probeert zijn lichaamswarmte kwijt te raken door de keel en neus. Overmatig hijgen is dan het gevolg. Daarnaast beschermt de vacht het lichaam enigszins tegen afwijkende buitentemperaturen. Vachtverzorging is dus erg belangrijk en nodig voor zowel kortharige als langharige honden.

Borstelen heeft verschillende functies. Het voorkomt niet alleen klitvorming of pakt de verharing aan, maar masseert tevens de huid, verwijdert vuil, huidschilfers en verdeelt het talg over de huid. Door de huidmassage wordt de door doorbloeding bevordert, waardoor de talgafscheiding, de haargroei en het schoonhouden van de vacht weer bevordert.

Verharing: rui en overmatig verharen

De meeste honden verharen alleen overmatig in de ruiperiode. Tijdens deze periode schakelt de vacht over van een wintervacht naar een zomervacht en andersom. Tijdelijk meer borstelen is dan nodig om de hond van het overmatig verharen te helpen en zorgt ervoor dat u ook zo snel mogelijk van het haar in huis af bent.

Sommige honden haren echter het hele jaar door overmatig. Hier is het normale ritme van de rui verstoord. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals bijvoorbeeld voeding. Maar vlak ook de invloed van de centrale verwarming niet uit. Sommige teckels zijn echte koukleumen en gaan uit zichzelf voor de verwarming zitten of hebben een meelevend baasje dat hun mandje ervoor plaatst. Buiten is het koud, dus behoort de hond in zijn wintervacht te zitten. Binnen zit hij echter het grootste deel van de dag voor de verwarming of in een verwarmde woonkamer. De vacht raakt uit balans en ‘denkt’ te moeten overschakelen op de zomervacht door de warmte.

Daarnaast is er ook nog het effect van overborstelen dat kan leiden tot overmatig verharen. Vaak krijg ik van baasjes te horen:”Hij haart zó en ik borstel hem elke dag!” Daar zit ‘m dus de kneep. Men borstelt structureel te veel, te hard en te lang. Te veel en met te hard materiaal borstelen heeft tot gevolg dat er niet alleen dood haar weggehaald wordt, maar ook het levende haar. De huid reageert hierop door nieuw haar aan te maken. Steeds opnieuw. Dit staat ook wel bekend als het ‘overborstelingseffect’. Om het tij hiervan te keren, moet u dus niet méér, maar minder gaan borstelen. De interval tussen twee borstelbeurten moet terug naar twee weken, het liefst met een zachte, rubberen of haren borstel. De huid komt hierdoor tot rust en zorgt ervoor dat het natuurlijke ritme herstelt. Het kan echter wel een half jaar duren tot dit zich volledig heeft hersteld.

Wanneer de vacht in de ruiperiode zit, kunt u de vacht een handje helpen door uw teckel in bad te doen. U sopt uw hond met veel shampoo in en laat deze enkele minuten intrekken. Hierdoor weken de (bijna) dode haren extra los. Voor de langharen kunt u door de shampoo nog een dot crèmespoeling of conditioner toevoegen. Voordat u nu de hond uit gaat spoelen, borstelt u de hond goed door. Op deze manier harkt u de loszittende haren uit de vacht. Daarna spoelt u het haar goed uit. De temperatuur moet zo heet mogelijk zijn als de hond kan verdragen. Bij voorkeur daarna de vacht droog föhnen en tijdens het föhnen goed doorborstelen. Na ongeveer twee weken herhaalt u dit proces. In de tussentijd borstelt u uitsluitend met een zachte, rubberen of haren borstel. Dit om het overborstelen te voorkomen. Uiteraard kunt u hiervoor ook bij een gespecialiseerde trimsalon terecht.

De dashond of teckel komt voor in drie verschillende vachtsoorten:

• Kort- of gladhaar
• Langhaar
• Ruwhaar

Ik zal hieronder de verschillende vachtsoorten apart behandelen, daar zij ook ieder een aparte behandeling vereisen.

Korthaar

Doorgaans verhaart de kortharige vacht tweemaal per jaar. Deze ruiperiode doet zich voor in de lente en de herfst en duurt ongeveer drie weken. Weersomstandigheden en temperatuursschommelingen hebben een grote invloed hierop. Buiten de ruiperiode is het zaak om uw teckel dus zo weinig mogelijk te borstelen. Hoogstens eens per twee weken met een rubberen borstel. Eventueel met een vochtig doekje losgekomen haren en huidschilfers afnemen. Voor wassen geldt hetzelfde, zo min mogelijk. Gelukkig wordt een korthaar niet gauw dóór en dóór vuil, maar heeft hij eens lekker door de paardenpoep gerold of door een modderplas gebaggerd, dan kan een wasbeurt echt geen kwaad.

Langhaar

De langhaar teckel heeft een vacht uit twee delen; ondervacht en dekhaar. Het lange haar is eenvoudig te borstelen met een groffe kam of desnoods met een niet te harde kromme pennenborstel of een slickerborstel. Begin bij de achterpoten en werk zo steeds verder naar boven en naar voren. Langharige vachten dienen laagje voor laagje te worden geborsteld. Wij mensen kammen gewoon bovenop, maar bij deze vachten is het zaak om het haar op te tillen en zo telkens er een laagje bij te pakken. Hiermee weet je zeker dat je borstel alle laagjes bereikt, voorkom je doorgaans klitvorming. Het gebruik van een fijne kam ná de borstelbeurt is geen overbodige luxe. Hiermee controleer je op onopgemerkte klitten. Glijdt de kam makkelijk door de vacht, dan is hij klitvrij. Tevens verwijder je ook hiermee eventueel loszittende onderwol. De frequente van het borstelen moet niet vaker dan eens per week plaatsvinden. Klitten ontstaan vaak achter en onder oren, in de liezen en oksels, in de broek, op de buik, tussen de tenen en aan de binnenkant van de benen.

Sommige haren worden pluizig of dof. Deze dode haren kunnen gemakkelijk weggeplukt worden. Dit doet niet zeer, maar voorzichtigheid is hierbij wel geboden. Voor langharige vachten die snel klitten is een shampoo met conditioner of een ontklitmiddel aan te raden.

Ruwhaar

Ook de ruwharige vacht bestaat uit twee delen; de zachte onderwol en de ruwe bovenvacht. De ruwe bovenvacht dient minstens één tot twee keer per jaar met de hand uitgeplukt worden, een tot twee keer vaker is ook mogelijk als u liever niet wil dat uw teckel in zijn ‘ondergoed’ staat na het plukken. Dit is een arbeidsintensief werkje dat door een trimster in één tot twee uur zo gedaan is, maar voor een ander echt een heidens karwei kan zijn. Op zich heeft een teckel niet zo’n moeilijke plukvacht en is het trimschema ook niet erg moeilijk. Of u dit nu zelf doet of dat u dit overlaat aan een professional, er is wel degelijk onderhoud nodig aan deze vacht. Evenals de langharige teckel dient deze vacht geborsteld te worden. Ook dit kan met een groffe kam.

Wees wel voorzichtig met het wassen van deze vacht en gebruik bij voorkeur een shampoo voor ruwharige vachten. Was ook minstens twee dagen vóór het plukken uw hond niet. Dit bemoeilijkt het plukken aanzienlijk, wat weer niet prettig is voor het lijdend voorwerp; de hond. Direct na het plukken ook alleen wassen met een geschikte shampoo voor plukhonden Tijdens het plukken ontstaan er miniscule wondjes. Als daar een verkeerde shampoo overheen gaat, kan het gaan ontsteken.

Voor elke hond en baas

Wen u zelf een vaste borstelroutine aan. Begin bijvoorbeeld bij de achterhand en werk zo naar voren. Zo slaat u geen plekjes over. Vergeet daarbij ook het haar tussen de tenen niet. Gebruik geschikt materiaal en vraag desnoods een professional om advies. Niet alle dierenspeciaalzaken hebben er kaas van gegeten, een gediplomeerd trimster heeft er een vakopleiding voor gevolgd. Zorg dat uw hond het verzorgen van zijn vacht prettig vindt. Het gezegde ‘jong geleerd, is oud gedaan’ is hierbij van toepassing. Geef hem vóór, tijdens en na het gefriemel wat lekkers, praat lief tegen hem en vergeet vooral niet te knuffelen.

Controleer van tijd tot tijd de gehoorgang en pluk eventuele haartjes ín de gehoorgang eruit. Haartjes tussen de voetzooltjes knip je weg. Controleer ook de nageltjes. Bij sommige honden kunnen deze erg lang worden en zelf krom gaan groeien. Je kunt de lengte controleren door het pootje naar achteren te buigen. De nageltjes lopen ongeveer gelijk aan het voetzooltje. Zijn ze echt veel langer, knip dan het teveel af. Vind je dit eng, laat dit dan door een trimster of dierenarts doen.

Tot slot

Een goede wasbeurt is soms geen overbodige luxe. Een teckel mag tenslotte graag overal doorheen sjouwen. Met een goede hondenshampoo kunt u uw hond zo vaak wassen als nodig is. Deze kunnen verdund worden met water en zijn daardoor ook nog eens zuinig in gebruik.

Een trimschema van de langhaar en de ruwhaar teckel voor de doe-het-zelvers onder ons, kunt u vinden op de site van de Nederlandse Teckelclub (NTC): http://www.teckelclub.nl

Scheer uw langharen en ruwharen (uiteraard geldt dit ook voor kortharen) vooral NIET (mits een goede vacht en gezonde huid). De vachtstructuur kan hier flinke schade door oplopen en er kan zelfs kleurverlies optreden. In het ergste geval kan een ruwhaar niet meer geplukt worden, nadat hij is geschoren. Voor meer informatie over het trimmen van uw teckel kunt u kijken op http://www.doggystylehardenberg.nl of telefonisch contact met ons opnemen

Op March 27, 2010